top of page
Search

Gelijkheid hoort geen discussiepunt te zijn

  • Writer: Marieke Duinkerken
    Marieke Duinkerken
  • Mar 3
  • 3 min read

Op 8 maart is het weer Internationale Vrouwendag. Elk jaar zie ik dezelfde reacties voorbij komen. De ene helft plaatst een paarse tegel op LinkedIn, de andere helft vraagt zich hardop af of zo’n dag nog wel nodig is. We mogen toch werken? We mogen toch stemmen? We zitten toch in de boardrooms en in de politiek? Waar hebben we het eigenlijk nog over?


Vijf jaar geleden zat ik bij een werkgever aan tafel om mijn werkuren te bespreken. Het was een gesprek over ambitie en toekomst. Tot hij, zonder aarzeling, zei dat hij vond dat een vrouw eigenlijk niet meer dan 32 uur per week zou moeten werken. Want ze moest tenslotte ook nog tijd hebben voor het huishouden en de zorg voor de kinderen. Hij zei het niet als grap. Hij meende het. Het was voor hem een redelijke gedachte. Alsof hij "ons vrouwen" in bescherming moest nemen.


Wat me het meest bijbleef, was de vanzelfsprekendheid. Alsof het logisch is dat mijn professionele inzet een natuurlijke grens heeft die samenvalt met een veronderstelde zorgtaak. Alsof ambitie bij een vrouw altijd ingekaderd moet worden. Dit speelde zich niet af in een andere eeuw. Dit was in Nederland, in deze tijd, in de techniek. En precies daar wordt zichtbaar waarom 8 maart geen achterhaald ritueel is, maar een noodzakelijke herinnering dat formele rechten niet hetzelfde zijn als diepgewortelde gelijkwaardigheid.


We spreken graag over keuzes. Vrouwen kiezen vaker voor parttime, hoor je dan. Wat wij ‘keuzes’ noemen, ontstaat altijd binnen de grenzen van wat als normaal wordt gezien. Binnen een cultuur waarin nog altijd subtiel wordt aangenomen dat zorg primair bij vrouwen ligt. Wie regelt de schoolzaken, wie blijft thuis bij ziekte, wie bewaakt de sociale agenda van het gezin, wie voelt zich verantwoordelijk als alles tegelijk dreigt te ontsporen?


Die stille infrastructuur van zorg heeft directe gevolgen. Minder uren betekent minder inkomen, minder pensioenopbouw, minder financiële onafhankelijkheid. En wanneer de politiek vervolgens bezuinigt op regelingen rondom zwangerschap en kraamverlof, wordt die ongelijkheid niet kleiner maar groter. Het verkorten of versoberen van zwangerschapsuitkeringen en kraamverloftoeslagen klinkt misschien als een begrotingsmaatregel, maar in de praktijk betekent het dat de financiële en professionele impact van een zwangerschap zwaarder op vrouwen drukt. Het bevestigt impliciet dat zorg een privéprobleem is in plaats van een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wie echt gelooft in economische zelfstandigheid van vrouwen, zou juist investeren in goede verlofregelingen en eerlijke compensatie. Niet het omgekeerde.


En als vrouwen wel kiezen voor zichtbare ambitie, voor leidinggeven, voor beslissingen nemen in een overwegend mannelijke omgeving, dan verschuift de dynamiek opnieuw. Een man die stevig optreedt, wordt daadkrachtig genoemd. Een vrouw die hetzelfde doet, loopt het risico als te hard of te dominant te worden bestempeld. In vergaderingen merk je hoe snel emotie aan je wordt toegeschreven als je simpelweg inhoudelijk scherp bent. Hoe vaak je net iets meer moet onderbouwen om hetzelfde gewicht te krijgen. Het is zelden openlijke tegenwerking. Het is subtieler dan dat. Maar juist daardoor hardnekkig.


Tegelijkertijd speelt zich online een andere ontwikkeling af. Jongens groeien op met influencers als Andrew Tate, waar een wereldbeeld wordt gepresenteerd waarin vrouwen hun plek moeten kennen. Politieke stromingen zoals MAGA hebben laten zien hoe snel rechten rondom reproductie kunnen worden teruggedraaid en hoe gemakkelijk het woord gelijkheid kan worden weggezet als overdreven of ideologisch. Dat lijkt misschien ver weg, maar ideeën trekken zich weinig aan van landsgrenzen. Ze reizen via Social Media moeiteloos mee.


Wat mij vooral zorgen baart, is de vermoeidheid. De allergische reactie tegen het woord Feminisme of Emancipatie. Het idee dat we er al zijn. Dat aandacht voor vrouwenrechten een herhalingsoefening is. Dat wie het nog benoemt, overdrijft of emotioneel is.


Internationale Vrouwendag is geen aanklacht tegen mannen en geen wedstrijd in wie het zwaar heeft. Het is onderhoud aan vooruitgang. Een moment om eerlijk te kijken naar patronen die nog steeds bestaan — in werkcultuur, in zorgverdeling, in leiderschap, in beleid.


Zolang een werkgever het normaal vindt om de werkuren van een vrouw te begrenzen vanwege haar veronderstelde huishoudelijke rol, zolang vrouwelijke leiders anders worden beoordeeld dan mannelijke, zolang zorg structureel scheef verdeeld blijft en politieke keuzes de economische positie van moeders verzwakken, is het gesprek niet afgerond. Gelijkwaardigheid is geen punt dat je één keer bereikt en daarna kunt afvinken. Het vraagt steeds opnieuw weer aandacht.


Daarom is 8 maart nog steeds nodig.



 
 
 

Comments


bottom of page